Preek

Verkondiging in De Nieuwe Augustinus, 18 april 2021

                      Derde zondag van Pasen[1]

  

De oorsprong van onze eucharistie is de vergeving van de zonden van ontrouw, de laffe vlucht van de apostelen, - toen in het begin. En nu nog steeds. Niet omdat wij zulke voortreffelijke mensen zijn mogen wij met Jezus aan tafel, maar omdat Hij met ons opnieuw wil beginnen, hoezeer ik ook tekort schiet en leef onder de maat van zijn liefde die alles heeft gegeven. De eucharistie, de heilige Communie is, om paus Franciscus te citeren, niet de beloning voor de volmaakten, maar het geneesmiddel voor de zondaars.

 

Jezus werd door de leerlingen herkend aan het breken van het brood.

 

Het brood, de tafel, de maaltijd staan in het middelpunt. De altaartafel heeft de ereplaats in onze kerk en in de meeste kerken.

Ook bij ons thuis is de tafel, de maaltijd heel belangrijk.

Het is leuk en fijn om bij iemand op de koffie of de thee te gaan, of misschien ook een borrel. Maar uitgenodigd worden aan tafel is toch van een andere orde. Het samenzijn aan de tafel, aan de maaltijd is versterkend, hartverwarmend. In het gezin, de familie, de vriendenkring versterkt de gezamenlijke maaltijd de banden.

Een gezamenlijke maaltijd na lange tijd, na een periode van verwijdering, van uit elkaar groeien of zelfs onenigheid kan de beschadigde vriendschap, verbondenheid weer genezen, vernieuwen.

 

Uiteindelijk herkenden de verdrietige leerlingen de opgestane Jezus aan tafel, aan het breken van het brood.

De leerlingen ontmoeten Jezus, die uit de dood is verrezen, maar zij herkennen zijn gestalte niet. Hij is gestorven, begraven, Hij heeft in het graf gelegen, afgedaald in het doodsgebied. Hij was niet schijndood, Hij is door de afgrond van ellende heengegaan.

 

Wie dat heeft meegemaakt, is nooit meer dezelfde. Je kunt opstaan uit je lijden, je ziek-zijn, je verdriet, je rouw, je eenzaamheid, je kunt weer nieuwe energie en gezondheid en relaties krijgen, maar je bent veranderd, je draagt om zo te zeggen de wonden van alles wat je hebt doorgemaakt mee in je hart en ziel, in je lijf, je handen en voeten.

 

Zo is het met Jezus. Hij is wis en waarachtig uit de dood opgestaan, maar Hij is helemaal anders.

Uiteindelijk, na een zoektocht van twijfel en angst, herkennen de leerlingen Jezus.

Aan twee tekenen.

Ten eerste herkennen zij Hem aan het breken van het brood en ten tweede aan de wonden in zijn handen en voeten.

 

Het breken van het brood.

Waarom is dit zo belangrijk?

Het is zo belangrijk dat men in de eerste eeuwen van het christendom niet sprak van eucharistieviering of heilige Mis, maar over ‘het breken van het brood’. Zo noemden de eerste christenen het samenkomen op zondagmorgen. Zo werd elke zondag, zoals ook wij doen, de verrijzenis van Jezus gevierd. Elke zondag viert het paasfeest: de verrijzenis van Jezus. Het belangrijkste ritueel om Jezus’ dood en verrijzenis te vieren, tegenwoordig te stellen: het breken van het brood.

 

In elke eucharistieviering, meteen na de consecratie, dat wil zeggen, na de door de priester uitgesproken woorden van Jezus: ‘dit is mijn lichaam, dit mijn mijn bloed’, - meteen daarna worden alle aanwezigen uitgenodigd het belangrijkste mysterie, geheim, het kostbaarste van ons geloof onder woorden te brengen. De diaken roept u op dat moment toe: “Verkondigen wij het mysterie van het geloof.”

En u spreekt het uit, het hoge woord, tot de verrezen Jezus: “Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt”.

 

Dat is het geheim, het mysterie van ons geloof. Wij zijn zelfs niet meer alleen in de dood. Hij is ons voorgegaan. En Hij trekt ons erdoorheen. “Dat Gij verrezen zijt”.  Na de consecratie worden de belangrijkste woorden door u allen uitgesproken, verkondigd.

Aan het breken van het brood herkenden zij Hem.

 

Daarvóór was alle contact verbroken. In de avond, na het laatste avondmaal, konden de leerlingen nog geen uur met Hem waken. Daarna waren ze doodsbang gevlucht. Alles leek mislukt. Hun Meester onderging de marteling en dood bijna geheel alleen.

 

Naar de mens gesproken was alles uitgelopen op een groot debacle. Je zou zeggen: van deze Man van smarten en van zijn prille gemeenschap horen wij niets meer.

Maar dan gebeurt het ongehoorde en onvoorstelbare.

Verdrietige, gefrustreerde, schuldbewuste leerlingen verlaten de stad Jeruzalem. Alles is verloren. Zij hadden zo gehoopt.

Maar dan: een onbekende loopt met hen mee, gaat met hen in gesprek. Hun hart wordt warm van zijn stem, zijn woorden, maar zij herkennen Hem niet.

 

Pas aan tafel, aan het breken van het brood herkennen zij Hem.

Jezus herstelt het contact. Hij, de verlaten man, die niemand meer wilde kennen, die reden had hen nooit meer een blik waardig te keuren, herstelt het contact. Hij gaat met hen aan tafel. Hij breekt het brood. Hij vergeeft zijn angstige, ontrouwe vrienden hun falen, hun mislukking.

 

De oorsprong van onze eucharistie is de vergeving van de zonden van ontrouw, de laffe vlucht, - toen in het begin. En nu nog steeds. Niet omdat wij zulke voortreffelijke mensen zijn mogen wij met Jezus aan tafel, maar omdat Hij met ons opnieuw wil beginnen, hoezeer ik ook tekort schiet en leef onder de maat van zijn liefde die alles heeft gegeven. De eucharistie, de heilige Communie is niet de beloning voor de volmaakten, maar het geneesmiddel voor de zondaars.

 

Gisteren vond hier de vaccinatie plaats van een groot aantal bewoners van Amsterdam-Noord, patiënten van zes huisartsen. Die dokters hadden gevraagd of het hier mocht, in onze ruime kerk en bijruimten. Achterin werden de mensen ontvangen en geprikt. Daarna liepen zij de kerkruimte binnen om hier hun vaccinatiebewijs te ontvangen. Daarna moesten zij volgens de richtlijnen 15 minuten zitten. Daarvoor was de kerk bestemd, gewoon zitten. De mensen keken om zich heen. Iemand hoorde ik roepen: “ik ben hier gedoopt, heb hier mijn eerste communie gedaan, ben hier getrouwd, o ja, ik ken het hier door en door”.

Daarvoor komen wij naar de kerk, om elkaar te kennen, en niet minder om gekend te zijn, geliefd, en - zoals de prefatie altijd zegt - “om heil en genezing te vinden.

Gekend, geliefd, en om Hem, Christus, de Geneesheer 

te herkennen aan het breken van het brood. Amen.

 

Nico van der Peet

 

---------------------------------------------------------

[1] Handelingen 3, 13-15. 17-19; 1 Johannes 2, 1-5a; Lucas 24, 35-38

Afbeelding: Rembrandt, de maaltijd in Emmaüs