Preek

Verkondiging in De Nieuwe Augustinus, 28 februari 2021,

                      Tweede zondag van de Veertigdagentijd.[1]

 

Tragisch genoeg heeft het Joodse volk zich de eeuwen door vereenzelvigd niet zozeer met Abraham, die het mes heft, als wel met de kwetsbare jongen, als slachtoffer op het hout gebonden. Van de eerste vervolgingen in het Perzische rijk tot in de gaskamers van Auschwitz en Sobibor, of dichterbij in het oude centrum van onze stad, waar in de laatste februariweek van 1941 de eerste 400 joodse mannen werden samengedreven, gebonden, vernederd, gewelddadig afgevoerd. Vreselijk genoeg is de binding van Isaak tot in onze tijd doorgegaan.

 

“Kostbaar is in de ogen van de Heer,

het leven van wie Hem vereert”

 

Wat mooi verwoordt psalm 116 het. De kostbaarheid van een mensenkind.

‘Hoe kostbaar is een kwetsbaar mens’, luidt de titel van een mooi boekje van een dominee.

 

Die woorden kwamen bij me naar boven toen ik het tragische bericht las over het pasgeboren meisje in een vuilcontainer en de beelden zag van Amsterdamse politiemannen met felle zaklampen turend in de diepte, alvorens zij het arme wichtje konden bevrijden uit die nederdaling ter helle.

Kostbaar kind, ongetwijfeld kwetsbare ouders, net geen pubers meer of nog wel.

 

Kostbaar kind Isaak.

De joodse bijbeluitleg en verkondiging noemen dit verhaal niet het ‘offer van Abraham’, maar de ‘Binding van Isaak’.

Het Joodse volk heeft zich de eeuwen door vereenzelvigd niet zozeer met Abraham, die het mes heft, als wel met de kwetsbare jongen, als slachtoffer op het hout gebonden. Van de eerste vervolgingen in het Perzische rijk tot in de gaskamers van Auschwitz en Sobibor, of dichterbij in het oude centrum van onze stad, waar in de laatste februariweek van 1941 de eerste 400 joodse mannen werden samengedreven, gebonden, vernederd, gewelddadig afgevoerd. Vreselijk genoeg is de binding van Isaak tot in onze tijd doorgegaan. Maar deze Amsterdamse afstammelingen van Abraham en Isaak werden op twee na wél vermoord.

 

Isaak werd gered. De Heer moest niets hebben van deze kindermoord. Abraham moest de jongen losmaken. ‘Kostbaar is in de ogen van de Heer, het leven wie hem vereert.’

Het is een duister verhaal. Heeft Abraham werkelijk gehoord en geloofd dat hij het kostbare enige kind van zijn vrouw moest doden, offeren aan een alles eisende God? Sommigen noemen het de duistere kant van God. Luther schreef: Gods linkerhand.

 

Wat er ook van zij: ons verhaal vertelt dat God het niet wil. Het meisje moet worden gered uit de vuilcontainer, de jongen moet worden bevrijd uit de strikken van de dood. Psalm 116 dicht: O Heer, ik ben uw dienaar, uw knecht, de zoon van uw dienstmaagd, Gij hebt mijn boeien geslaakt.”

 

Wij lezen dit verhaal vier weken voor de Goede Week. Dan horen wij over die andere Zoon van Israël, Jezus van Nazareth, die ook - evenals Isaak - op een berg gebonden werd op het Kruishout en die wel een offerdood stierf.

 

Vandaag is het zover nog niet.

Wel is Jezus op een berg.

Niet om te lijden. Integendeel. Zijn leerlingen zien Jezus samen met Mozes en Elia. Met andere woorden: Jezus is helemaal geworteld in de joodse, bijbelse geschiedenis. Hij verandert van gedaante, Hij staat in licht. Hij praat met de grote leiders en profeten uit het verleden. Zoals wij nog steeds doen. Wij lezen in elke viering de wet van Mozes en de profeten.

 

Waarover spreken zij?

Alleen het evangelie van Lucas vertelt het: zij spraken over zijn exodus, zijn uittocht die Hij in Jeruzalem zal volbrengen. Exodus betekent: een uitweg uit onderdrukking, slavernij, verslaving, angst, onrecht. Daarover moet het gaan, als we Jezus willen volgen.

 

Tussen onze twee verhalen in neemt Paulus het woord. Wat zegt Hij over de aan het hout genagelde Jezus?

“Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard: voor ons allen heeft Hij hem overgeleverd”.

Is dat die duistere, moeilijk te begrijpen kant van God, zijn ‘linkerhand’?

Is het denkbaar dat God dit heeft gewild: de dood van zijn eniggeboren Zoon.

Zo staat het niet te lezen.

Er staat dat de Vader ‘zijn Zoon niet heeft gespaard en dat Hij hem voor ons allen heeft overgeleverd’.

Met andere woorden: God en zijn Zoon zijn niet hoog en droog veilig boven op de berg, in hun ontoegankelijk licht gebleven. ‘Overgeleverd’. Zoals moeder en vader uiteindelijk hun opgegroeide, opgevoede, toegeruste kind loslaten, aan de samenleving, anderen, een ander, de geliefde van hun kind, toevertrouwen, op hoop van zegen. Zo heeft God de Vader het gedaan. Zijn kostbaarste en meest kwetsbare gave, zijn enige Zoon heeft Hij ons gegeven, een goddelijk geschenk.

 

Hij heeft zijn Zoon, die door de mensen verworpen, gemarteld en gedood werd, niet losgelaten. Paulus schrijft: ‘Hij is opgewekt, gezeten aan Gods rechterhand’.

En wat méér is: Hij zit daar niet te genieten van een heerlijk hemels tafereel, nee, Hij bepleit daar onze zaak.

Hij trekt mensen op uit de vuilcontainers van de geschiedenis en vertrouwt ons aan elkaar toe.

Ieder van ons is geroepen een bijzondere pleegouder te zijn.

Ieder van ons is zijn welbeminde dochter, welbeminde zoon, naar wie wij mogen luisteren. Amen.

 

pastoor Nico van der Peet

 

--------------------------------------------------------------------

[1] Genesis 22, 1-2. 9a. 10-13. 15-18; psalm 116; Rom. 8, 31b-34; Marcus 9, 2-10