Preek

Verkondiging Hemelvaartsdag, 21 mei 2020, De Nieuwe Augustinus[1]

 

“De elf leerlingen begaven zich naar Galilea, naar de berg die Jezus hun aangewezen had.

Twee dingen vallen op: het getal elf en de berg.”

 

Twaalf leerlingen is de volheid. Jezus had er twaalf gekozen. Zoals er twaalf stammen van Israël zijn, de twaalf zonen van Jakob, zo koos Jezus twaalf leerlingen, Hij riep ze één voor één bij hun naam. Jezus had een prachtig ideaal: een vernieuwde gemeenschap stichten, geworteld in de geloofsgeschiedenis van het volk Israël. Een nieuwe poging. Wie iets nieuws begint maakt zich kwetsbaar. Wie zijn nek uitsteekt kan voor het oog van de mensen mislukken, bespot worden. Jezus heeft het allemaal meegemaakt. Zijn prachtige, nieuwe project leek faliekant mislukt. Er zijn er nog maar elf. Eén heeft Hem overgeleverd, verraden.

 

De elf die over waren zijn bang, ze hebben zich eerst afgezonderd, als het ware in quarantaine, veertig dagen betekent dat.

Vandaag is het de veertigste dag sinds de Paasmorgen. De elf zullen heel voorzichtig, voetje voor voetje weer naar buiten gaan, de bedreigende wereld in. Maar zij moeten weg uit Jeruzalem, de verwarrende grote stad vol drukte en politiek, religieus gekrakeel. Ze moeten naar Galilea gaan. Dat hadden de vrouwen hun in opdracht van de verrezen Jezus gezegd op de morgen van de verrijzenis: daar in Galilea  zullen jullie Hem zien. Gelukkig zijn de apostelen zo nederig dat zij naar de geloofsboodschap van die vrouwen luisteren, die vrouwen die vroeg in de morgen naar het graf waren gegaan.

 

Naar Galiea, naar “de berg die Jezus hun aangewezen had.”

De berg in Galilea, waar Jezus zijn bergrede had gehouden, hun en heel de menigte van mensen had onderwezen in zijn manier van leven. De berg is de plaats van het onderwijs en de plaats waar God zich openbaart. Denk aan de berg Sinaï, waar de tien geboden werden gegeven.

Na alle ellende van het verraad, de verloochening, de vlucht van de leerlingen, begint Jezus weer van voor af aan. Hij ontmoet hen weer op de Berg waar hij zijn eerste onderricht gaf, zijn hoopvolle, nieuwe gemeenschap stichtte. Alles leek mislukt. Maar Jezus begint opnieuw.

 

“Toen zij Hem zagen, wierpen ze zich in aanbidding neer; sommigen echter twijfelden.”

Niet allen konden het geloven dat na de grote mislukking, de vlucht, het verraad er nog een nieuw begin mogelijk was. Niet allen konden het geloven dat de gekruisigde, na gruwelijk lijden gestorven Heer weer leefde. Is dood niet dood? De apostelen zijn geen geloofshelden. Zij zijn mensen van vlees en bloed zoals u en ik, met dagen van geloof en nachten van twijfel.

Het evangelie veegt die twijfel niet onder het tapijt. Wij hoeven niet altijd met blinkende gezichtjes onze menselijke twijfel weg te glimlachen.

 

Tegen deze gewonde, gemankeerde, aanbiddende én twijfelende geloofsgemeenschap zegt Jezus: “Zie, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld”.

 

Zo neemt Jezus afscheid: “Zie, Ik ben met jullie.”

Zo was het evangelie ook begonnen. Toen Hij nog moest worden geboren werd over het kind in de schoot van zijn moeder gezegd: “Ze zullen Hem de naam Immanuël geven: God met ons”.

 

Vandaag is de dag van het afscheid, de veertigste dag, de quarantaine is voorbij. Ook wij beleven angstige tijden. Hoe zal de wereld gehavend door ziekte, sterfgevallen, besmettingsgevaar, armoede, ongeduld, onzekerheid verder moeten. Hoe zal de kerk verder moeten? Vinden we elkaar weer terug; zullen we weer bij elkaar kunnen zijn, durven zijn?

Zoals die eerste gemeenschap zijn ook wij gehavend, - gelovend en twijfelend tegelijk.

 

Maar voordat sommigen begonnen te twijfelen hadden zij zich allen, alle elf, in aanbidding neergeworpen. Eerst is er de aanbidding, dat wil zeggen het contact, het gesprek, het verlangen naar de ander, naar God, naar Jezus. Dat moeten we het eerst weer oppakken, voordat we ons gaan verliezen in een protocol met regeltjes die ons gaan zeggen hoe het allemaal zal gaan als wij weer naar de kerk komen. Eerst gaat het om de aanbidding, het gesprek, het verlangen van ons hart. Als dat er is komt alles goed.

 

We hebben niets te vrezen, horen wij vandaag. Alles heeft God aan Jezus’ voeten gelegd en Hem heeft God aan ons gegeven als hoofd van zijn kerk. Hij gaat ons voor in onze bange dagen. Hij is met ons tot alles is voltooid. Amen.

 

Nico van der Peet

 

----------------------------------------------------

[1] Handelingen 1, 1 - 11; Efeziërs 1, 17 - 23; Matteüs 28, 16-20