Preek

Verkondiging in De Nieuwe Augustinus, 17 januari 2021

                      Tweede zondag door het jaar[1]

  

Dat dagje bij Jezus had Andreas enthousiast gemaakt, had hem deugd gedaan, een beter, een gelukkiger mens gemaakt. Wij moeten de mensen, de kinderen en jongeren niet het gevoel geven dat zij zouden moeten, maar zij moeten aan ons kunnen zien dat het de moeite waard, aantrekkelijk is, in Jezus’ gezelschap te komen; dat je in zijn  nabijheid gaat ontdekken wie je bent,

wat zinvol is om voor te leven.

 “Wat verlang je?”

Is dat niet de belangrijkste vraag die u, jou en mij gesteld kan worden?

Niet: wat denk jij; wat is jouw mening; jouw politieke opvatting; waar sta jij, aan welke kant van de afgrond die groepen mensen van elkaar gescheiden houdt en waardoor zij beangstigend gevaarlijk strijdbaar kunnen worden, in maatschappij of kerk.

 

Jezus stelt nooit zulke vragen: waar sta jij in de politiek en maatschappij? Daar had de Heer in zijn tijd wel alle reden voor gehad. Het politieke klimaat in het Jeruzalem van zijn dagen was zeer explosief. En wel zó ontvlambaar dat Hij, die geen briesende leeuw was in de politieke arena, door politieke corruptie aan zijn einde kwam, juist Hij die zijn volgelingen niet opriep tot actie en bestorming, maar - zo hoorden wij vandaag Johannes de Doper uitroepen, een Lam was.

“Zie het Lam Gods”. Elke zondag vlak voor de heilige Communie horen wij dit woord van de Doper. Onze Heer, in wiens naam wij zijn gedoopt, die wij proberen na te volgen in ons dagelijks leven, die wij ontvangen in de Communie, is een Lam. Wij behoren niet tot de partij van leeuwen, die briesend van de lust naar macht en geld achter weerloze mensen aangaan. Nee, onze Heer is aan de kant van de weerloze lammeren van deze wereld gaan staan.

 

Wat verlang je?

Dat is op de eerste plaats een vraag die wordt voorgelegd aan leerlingen: die twee die na het woord van Johannes achter Jezus waren aangegaan. In de grondtekst staat: zij werden akolieten. Dat woord staat er letterlijk. Akoliet betekent: volgeling.

Tussen haakjes, de paus heeft deze week bepaald dat niet alleen mannen maar ook vrouwen officieel kunnen worden aangesteld tot lector en acoliet: volgeling van de Heer niet alleen in haar dagelijks leven van beroep en gezin, maar ook aan het altaar. Het priesterkoor is nu ook officieel niet meer alleen exclusief mannenterritorium.

 

Wat verlang je?

Deze vraag stelt Jezus aan leerlingen. Aan jongere mensen vooral.

Wij hoorden ook het mooie verhaal over de jonge Samuel. Zijn moeder heeft hem naar de tempel in Silo gebracht, om hem door de priester te laten opvoeden, een gelovige opleiding. Maar de jongen groeit op, kan zelf luisteren, antwoorden. Wat verlangt hij nu zelf?

Hij hoort een stem, innerlijk en van buiten.

Maar wat moet ik daarmee, wat moet ik aanvangen met mijzelf?

Juist in onze dagen, nu onze jongeren thuis vastzitten achter hun computerscherm.

Wat moet ik met heel deze energie van mij beginnen?

 

Wat verlang je?

Die vraag wordt aan ieder jongere gesteld. En ook wel aan ouderen, wanneer zij een nieuwe fase in hun levensloop ingaan.

 

Het antwoord van de leerlingen: Meester, waar houdt Gij U op?

Hij zei hun: “Gaat mee om het te zien”.

Ze blijven bij Jezus, tot het tiende uur. Dat was ongeveer twee uur voor zonsondergang. Zij zijn in beweging gekomen, ze hebben Jezus een dag meegemaakt, gezien waar Hij zich ophoudt. Ze hebben Hem leren kennen. Andreas vooral. Hij haalt zijn broer Simon erbij.

“Wij hebben de Messias, de Christus, de Gezalfde gevonden”.

 

Je hebt een broer nodig, een broeder of zuster die jou bij Jezus brengt.

Het ging toen en het gaat nu niet meer vanzelf. We kunnen niet meer zoals een halve eeuw geleden meebewegen met de grote stroom kerkgangers die elke zondagmorgen als een optocht uittrok naar de Kerk.

 

Nu ben je zelf nodig om mensen, jongeren, je kinderen en kleinkinderen op sleeptouw te nemen. Natuurlijk, begrijpt u mij alstublieft goed, natuurlijk zonder enige dwang of gemoraliseer.

Maar zoals Andreas het deed. Dat dagje bij Jezus had hem enthousiast gemaakt, had hem deugd gedaan, een beter, een gelukkiger mens gemaakt. Wij moeten de mensen, de kinderen en jongeren niet het gevoel geven dat zij zouden moeten, maar zij moeten aan ons kunnen zien dat het de moeite waard, aantrekkelijk is, in Jezus’ gezelschap te komen;

dat je in zijn  nabijheid gaat ontdekken wie je bent,

wat zinvol is om voor te leven.

 

Andreas bracht zijn broer Simon bij Jezus.

Jezus zag hem aan en zei: “Jij bent Simon, de zoon van Johannes; jij zult Kefas genoemd worden, Rots”.

Jezus ziet iets in Simon, in die wankelmoedige, niet altijd erg dappere visser uit Galilea. Hij ziet in hem iets waarvan Simon Petrus zelf nog geen notie heeft: een onvermoede kracht en stabiliteit.

Je hebt een ander nodig om jezelf te ontdekken.

Je hebt Jezus, de Christus, nodig om echt te worden wie je bent.

 

Of, om het met Paulus te zeggen: Je bent niet helemaal van jezelf. Je bent op je eentje niet helemaal in control.

Je behoort ook aan anderen. Dat lijkt een beetje raar in onze autonome tijden. Maar zo is het: het wordt pas wat met je, als je jezelf een beetje loslaat, gewonnen geeft, je iets laat zeggen, adviseren, de ander jij laat helpen iets te ontdekken in jou.

Je bent niet van jezelf.

Je bent gekocht, vrijgekocht

en de prijs is door Jezus, het Lam, met zijn leven betaald. Amen.

 

Nico van der Peet

 

----------------------------------------------------------------------

[1] 1Samuël 3, 3b-10.19; psalm 40; 1Korintiërs 6, 13c-15a. 17-20; Johannes 1, 35-42