Preek

Verkondiging in De Nieuwe Augustinus, 18/19 januari 2020

                        tweede zondag door het jaar.[1]

 

Alles lijkt verloren, mislukt. Zo kan het ook gaan in je leven. Ooit was je misschien zo sterk als een leeuw; leek alles te lukken, een groot succes en dan slaat het noodlot toe. Je verliest je baan of je partner, je bedrijf gaat ten onder, je mooie plannen vallen in duigen, de studie van je dromen blijkt een grote vergissing. Van een sterk mens word je kwetsbaar of weerloos.

 

 

Afbeelding: Van Eijk, Lam Gods (detail)

 

 

Een week na het feest van de doop van de Heer blijven wij nog even aan de Jordaan. Wij hoorden een stukje uit het evangelie van Johannes. Anders dan de andere drie evangelisten vertelt Johannes niets over de doop van Jezus. Hij beschrijft niet het uiterlijke teken van de doop, maar hij schrijft wel over wat er innerlijk gebeurd is met Jezus en met hemzelf. Hij geeft Jezus een naam, een titel: “Zie, het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt”.

 

In de geloofsgemeenschap van Israël was het lam een heel bekend begrip. Op pasen werden talloze lammeren geslacht. Dat ritueel herinnerde aan de nacht van de uittocht uit Egypte, het paasfeest. Elk gezin moest een lam slachten en het vlug opeten, want het is pasen voor de Heer. Het woord ‘pasen’ betekent: de Heer gaat voorbij. Bloed van het Lam moesten de Israëlieten op hun deurposten smeren. Dan zou de engel van de dood aan hun huizen voorbij gaan. Eindelijk kon het volk ontkomen aan de slavernij, het mensonwaardige leven in Egypte. Door het bloed van het lam.

 

Terug naar de Jordaan. Johannes noemt Jezus het Lam van God. De talloze lammeren die geslacht zijn is teruggebracht tot één. Maar nu geen schattig, weerloos diertje meer, dat je ook kunt zien hangen in de slagerij van de  foodmarkt, maar een mens, een volwassen man, die zich laat dopen in de rivier de Jordaan. Een mens die is als een lam.

 

Dat zíet Johannes de Doper in Hem. De Messias, de Gezalfde van God, de Zoon van God is geen leeuw, geen krachtpatser, die wel eens even orde op zaken zal stellen, maar een mens die de plaats inneemt in deze wereld van de meest weerloze, die op de plaats gaat staan van de meest kwetsbare mensen.

 

Gisteren was ik concelebrant bij de uitvaartmis voor een van de meest zachtmoedige mensen die ik heb ontmoet. Hij was een priester, een monnik, een naamgenoot, pater Nico. Ik leerde hem kennen in het jaar 1977, enkele maanden na mijn eindexamen middelbare school. Als negentienjarige dacht ik na over mijn toekomst. Ik wilde iets doen met het geloof, de kerk, de theologie. Voor het geloof en de kerk was het een moeilijke tijd. De grote ontkerkelijking was in volle gang. Vele gelovigen keerden de kerk de rug toe, veel religieuzen en priesters zochten een nieuwe levensrichting. Er was veel polarisatie, soms dreigde de geloofsgemeenschap te scheuren.

 

In die tijd ontmoette ik pater Nico. Hij was pas in Nederland aangekomen. Bijna twintig jaar lang, van zijn veertigste tot zijn 57ste, had hij geleefd en gewerkt in Rome, als begeleider van jonge theologie- en filosofie-studenten. Hij was een zeer bemind mens. Hij was rustig, nam de tijd voor je, verstond de kunst van het luisteren, sprak weinig. Door zijn buitengewone vriendelijkheid wist hij het beste uit zijn studenten naar boven te brengen. Toen kwam hij na twintig jaar terug in Nederland en ik had het voorrecht, zeg ik terugkijkend, hem te mogen ontmoeten. Hij nam niet deel aan de grote polarisatie, hij bleef zichzelf. Ook hier luisterde hij, trad ieder met vriendelijkheid en geduld tegemoet. In een tijd van ideologie, heftige opinies en heilige overtuigingen was hij zachtmoedig. Geen leeuw maar een lam. Veel heft hij voor mensen gedragen en weggedragen. Door zijn luisteren, zijn inzicht, zijn geduldige, trouwe gebed heeft hij veel hardheid en ruzie weggedragen. Leven als een lam, in het spoor van Jezus, hét Lam Gods. Deze week is hij gestorven, 100 jaar oud. Gisteren is hij begraven in Egmond.

 

“Zie het Lam Gods, dat de zonde van de wereld wegneemt.”

Jezus moet nog beginnen aan zijn dienstwerk. Hij heeft nog maar pas het land van zijn jeugd verlaten en nu al ziet Johannes de Doper voor zich dat Hij zo weerloos zal zijn, zo in crisis zal raken als zo’n offerdier, dat door geweld zal sterven. Daarmee eindigt het evangelie van Johannes de evangelist. Op het moment dat tijdens het paasfeest van Israël de lammeren in de tempel worden geslacht, zal Jezus als een weerloos Lam aan het kruis sterven.

 

Alles lijkt verloren, mislukt. Zo kan het ook gaan in je leven. Ooit was je misschien zo sterk als een leeuw; leek alles te lukken, een groot succes en dan slaat het noodlot toe. Je verliest je baan of je partner, je bedrijf gaat ten onder, je mooie plannen vallen in duigen, de studie van je dromen blijkt een grote vergissing. Van een sterk mens word je kwetsbaar of weerloos.

 

Het leven van Jezus leert ons dat juist die weg er een is die je brengt naar nieuw leven; dat een mens die door die mislukking, die kwetsbaarheid heen gaat, zijn stoere selfmade leeuw-zijn loslaat, opstaat tot een ongekend nieuw bestaan, deze keer niet helemaal op eigen kracht voor elkaar gebokst, maar een leven dat je ontvangt, als een geschenk, een genade.

 

Die weg is Jezus gegaan, de weg van het Lam.

Vandaag begint de Week van Gebed voor de eenheid van de christenen. Het thema van dit jaar is: buitengewone vriendelijkheid. Geen kerk die zich als een leeuw gedraagt, als een rechtzinnige krachtpatser, maar een kerk waarin de buitengewone vriendelijkheid de overhand heeft, een kerk die juist in deze tijd van crisis niet zichzelf krampachtig overeind wil houden, maar vol vertrouwen is op nieuw leven, dat alleen God kan geven.

Zoals Hij nieuw leven gaf aan zijn Zoon, het Lam Gods, dat de zonde, de verdeeldheid, de hardheid van de wereld wegneemt en de toekomst schenkt aan de zachtmoedigen, die het land zullen bezitten. Amen.

 

Nico van der Peet

 

---------------------------------------------------------

[1] Jesaja 49, 3.5-6; psalm 40; 1 Korintiërs 1, 1-3; Johannes 1, 29-34