Preek

Verkondiging in De Nieuwe Augustinus, vooravond eerste zondag van de advent, 30 november 2019[1]

 

In zijn encycliek Laudato Si’ roept paus Franciscus de bestuurders van de volken en ons allen op om  waakzaam te zijn.  Hij noemt de aarde ons gemeenschappelijk huis, dat dreigt onbewoonbaar te worden. Wees zo waakzaam voor ons gemeenschappelijke huis dat de aarde is, zoals je waakzaam bent over jouw eigen huis. Alles zet je op alarm om inbraak te voorkomen. Wees zo ook waakzaam over onze aarde, over de kwetsbare mensen. Zo zorgzaam en vooruitziend als Noach. De mensen lachten hem uit, maar hij was trouw aan zijn levensroeping: een ark van redding te bouwen voor alles wat leeft.

 

 

 

Jezus spreekt over de dagen van Noach: de man die de ark bouwde. Hij had ingezien, begrepen, gehoord dat deze aarde het niet meer zou volhouden. Hij verwachtte een grote vloed die alles zou meesleuren. Wie de mensen, de wereld, de schepping, onze planeet wil redden moet niet talmen. Hij moet een ark gaan timmeren. De ark staat voor redding, bescherming tegen de ondergang. Ook het mandje waarin Mozes door zijn moeder en zusje werd gelegd om te ontkomen aan de moordzucht van Farao, was een ark. Hetzelfde woord lees je daar als bij de grote ark van Noach. Zijn tijdgenoten verklaarden hem voor gek. ‘Ga toch leven en genieten, Noach. Het leven is kort. Neem het ervan. Maak je toch niet druk. Geloof al die alárm-verhalen toch niet.’

 

Ook wij beleven een tijd waarin velen alarm slaan. Zo kunnen we niet doorgaan. De aarde kan onze manier van leven niet langer aan. Wij zijn opgegroeid met de overtuiging dat de mens heer is van de schepping, de bekroning van al wat bestaat. Maar de opvattingen over de mens op deze aarde zijn veranderd. Hij heeft de aarde niet beheerd, behoed om door te kunnen geven aan nieuwe generaties, hij heeft haar gebruikt, zoveel mogelijk rijkdommen aan haar onttrokken, hij heeft haar vervuild.

 

In zijn encycliek Laudato Si’ roept paus Franciscus de bestuurders van de volken en ons allen op om  waakzaam te zijn.  Hij noemt de aarde ons gemeenschappelijk huis, dat dreigt onbewoonbaar te worden. Wees zo waakzaam voor ons gemeenschappelijke huis dat de aarde is, zoals je waakzaam bent over jouw eigen huis. Alles zet je op alarm om inbraak te voorkomen. Wees zo ook waakzaam over onze aarde, over de kwetsbare mensen. Zo zorgzaam en vooruitziend als Noach. De mensen lachten hem uit, maar hij was trouw aan zijn levensroeping: een ark van redding te bouwen voor alles wat leeft.

 

Maar de waakzaamheid waarover Jezus spreekt beoogt nog iets anders. Of beter: Iemand anders. Iemand met een hoofdletter. Uiteindelijk leven wij in de verwachting van de komst van de Mensenzoon. Onverwacht zal Hij komen. Niemand weet precies wanneer. Daarom moet de gelovige een mens zijn bij wie de ander altijd ontvangen kan worden. De Mensenzoon, Christus, laat zich ontmoeten in iedere medemens die aanklopt aan mijn deur, aan de deur van mijn hart. Bij de wederkomst van de Heer hoeven we niet alleen te denken aan een punt in de tijd dichtbij of over duizenden jaren. Nu al komt Hij naar ons toe. Wat wij aan de minsten van onze medemensen hebben gedaan, hebben wij aan Hem gedaan.

In de adventstijd mogen wij oefenen in verlangen. Nu het steeds donkerder wordt om ons heen leert het geloof, leert de liturgie ons verlangen naar het licht, verlangen naar de komst van Hem die het Licht van der wereld is. Vandaar ook onze adventskrans.  Langzaam wordt de duisternis overwonnen. 

 

Oefenen in verlangen. In de advent horen wij ook de prachtige woorden vol van verlangen van de profeten voor Jezus, die uitzagen naar de komst van de Messias, de komst van de Redder. Vandaag hoorden wij bij de profeet Jesaja een prachtig voorbeeld.  “Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers, hun speren tot sikkels”. Een gedroomde toekomst. De Realpolitiker geloven er niet in. De adventstijd leert ons weer ons cynisme en ongeloof opzij te zetten en vurig te verlangen naar licht, naar gerechtigheid, naar vrede. Denk aan de nabestaanden van vermoorde mensen in Suriname, die tientallen jaren hun verlangen naar recht en waarheid hebben gekoesterd, standvastig zijn gebleven, uitziende naar licht aan het einde van een lange tunnel.

 

Jezus beveelt ons het geloof en de trouw aan van Noach. Niemand kon hem afhouden van zijn grote reddingsactie. Wij zien met hem uit naar de grote reddingsactie die God is begonnen door zijn Zoon naar onze wereld te zenden. Laten wij de deur van ons hart voor Hem openzetten en voor allen die zoals Jezus kwetsbaar zijn en klein en onze hulp en gastvrijheid nodig hebben.

 

Nico van der Peet

 

 ---------------------------------------------------

[1] Jesaja 2, 1-5; Romeinenbrief 13, 11-14; Matteus 24, 37-44