Preek

Verkondiging in De Nieuwe Augustinus, 23 januari 2022

                       Derde zondag door het jaar[1]

 

Waar vind je eenheid? In het Woord. U hoorde het mooie lange relaas van de voorlezing van de Schrift, de liefdeswet van God aan het volk in Jeruzalem. Na jaren ellendige ballingschap zijn zij eindelijk terug is land en stad. Na generaties is er weer een liturgie. Nog in de open lucht, want de tempel is een ruïne geworden na zeventig jaar achterstallig onderhoud.

Nu moet het lichaam van de geloofsgemeenschap weer geheeld worden, genezen.

 

“U bent het lichaam van Christus en ieder van u is een lid van dit lichaam.”

Zo hoorden wij Paulus spreken in zijn lange uitleg over wie wij als kerkgemeenschap zijn. Zoals een lichaam met ogen, handen, voeten, oren en een hart. De kleine Theresia van Lisieux, als 20-jarige in een streng klooster, vroeg zich af, toen zij deze uiteenzetting las: wie ben ik nu in dit enorme lichaam van de wereldwijde kerk?

Wat een mooie vraag vind ik dat toch, die deze kleine, innerlijk heel grote, heilige zich stelde rond 1890.

Ja, wie ben jij in dit lichaam van de kerk, welk lid bent u, ben ik?

Door de doop zijn wij allemaal een lid van dit lichaam, maar wat past bij mij, of anders gezegd: wat is mijn missie, mijn roeping?

 

Vandaag is het de zondag van het Woord. Op dit uur viert de paus een plechtige eucharistie in de Sint Pieter. Voor het eerst stelt hij deze morgen mannen én vrouwen aan in nieuwe kerkelijke ambten of bedieningen: die van catechist en die van lector. Wat wij allang wisten: dat deze taken van geloofsonderricht en van dienst aan het altaar ook heel goed door vrouwen kunnen worden verricht, heeft nu ook de paus plechtig ingevoerd.

 

Wij vieren de zondag van het Woord van God, op deze zondag in de week van gebed voor de eenheid van de christenen. Het Lichaam van de kerk is in de loop eeuwen uiteen gevallen, het is gewond, er is van alles gebeurd aan ruzie en scheuring. Zoals je wel in gezinnen en families ziet. Na jaren weten de vroegere kemphanen vaak niet meer waar de ruzie om ging. Hoogste tijd dus voor toenadering, samen bidden, lijmen van de scherven.

 

Waar vind je eenheid? In het Woord. U hoorde het mooie lange relaas van de voorlezing van de Schrift, de liefdeswet van God aan het volk in Jeruzalem. Na jaren ellendige ballingschap zijn zij eindelijk terug is land en stad. Na generaties is er weer een liturgie. Nog in de open lucht, want de tempel is een ruïne geworden na zeventig jaar achterstallig onderhoud.

Nu moet het lichaam van de geloofsgemeenschap weer geheeld worden, genezen. U hoorde het: de mensen waren tot tranen geroerd. Eindelijk een verhaal dat ons troost, tot inkeer en bekering brengt, een toekomst aanduidt.

 

Wat ik zo aardig vind is dat de priester Ezra en de landvoogd Nehemia de mensen na de woorddienst en de preek en al hun tranen naar huis stuurt: droog je tranen. Nu is het genoeg geweest. Ga lekker eten en zoete wijn drinken. “Weest niet bedroefd, maar de vreugde die de Heer u schenkt zij uw kracht.

 

Weest niet bedroefd.

Tja, er is wat een droefheid onder de mensen. In ons land, op de televisie, om het misbruik in The Voice of Holland; in het aartsbisdom München, om het misbruik in de kerk en de nalatigheid van aartsbisschoppen, ook van die aartsbisschop die later bisschop van Rome werd. Er is reden tot schuldbelijdenis en tot veel tranen, tot in de hoogste regionen van politiek, showbusiness en kerk.

Er moet boete zijn, verdriet, herstel, penitentie. Alleen zo kunnen we verder leven, vooral de slachtoffers van de omroepbazen, van de programmamakers, van de priesters en bisschoppen. Geen uitvluchten meer, geen omtrekkende bewegingen, maar tranen, boete, herstel. Zo kan het lichaam stapje voor stapje weer helen. “Wanneer één lid lijdt delen alle ledematen in het lijden, wordt één lid geëerd, alle delen in de vreugde.”

 

Vandaag horen wij over de missie van Hem, het Hoofd, van Wie wij het Lichaam zijn op aarde. Jezus is in de kracht van de Geest uit de woestijn teruggekeerd. Iedereen heeft het over Hem. Hier geen mooiprater, die vroom kijkt maar geen gezag heeft. Hij is veertig dagen in de woestijn geweest.

Dat heb je soms nodig: alleen zijn, overgelaten aan jouw gedachten, in de spiegel kijken, gelouterd worden, beproefd. 

Dan krijgt de Geest de kans tot jou, die zelf altijd áán wil staan, te spreken, jou te bezielen, menselijker, waarachtiger te maken.

 

Jezus bladert in de synagoge van zijn vaderstad Nazareth door de bijbel. Wat is mijn plaats in het lichaam van de geloofsgemeenschap, wat is mijn roeping, missie?

Hij vindt het antwoord bij de grootste profeet, Jesaja.

U hoorde de monumentale woorden:

“God heeft Mij gezonden om aan armen de blijde boodschap te brengen, aan gevangen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien; om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer”.

 

Jezus zoekt het niet aan de top van de pyramide, niet in het harde, alles verhullende licht van de studiolampen, niet op de plechtige zetels van de schriftgeleerden en hogepriesters, maar in de marge, aan de rand van de samenleving. Vandaar uit kun je beter zien wat er werkelijk gebeurt in de samenleving, in de kerk. Vanuit de marge zie je beter wat er moet gebeuren, om het Lichaam van de mensheid, van de samenleving, van de kerk te genezen, de verblinde ogen te laten opengaan. Zien door de ogen van de slachtoffers en niet langer door de ogen van degenen die in het centrum van de macht opereren.

 

 

Wat was nu het antwoord van onze kleine heilige Theresia?

Na lang lezen in die mooie tweede lezing van ons vandaag, vond zij in haar gedachten, in haar gebed, het antwoord op de vraag welke haar plaats was in het grote Lichaam van Christus dat de kerk is.

 

Dit schreef zij:

“Bij het beschouwen van het mystieke lichaam, de kerk, had ik mij in geen van de ledematen die de heilige Paulus beschrijft, herkend…Ik begreep dat, als de kerk een lichaam is dat uit verschillende ledematen is samengesteld, het noodzakelijkste en edelste lid haar niet kan ontbreken; ik begreep dat de kerk een hart bezat, en dat dit hart brandde van liefde…

Toen heb ik in de overmaat van mijn uitzinnige vreugde uitgeroepen:

O Jezus, mijn Liefde, eindelijk heb ik mijn roeping gevonden: mijn roeping is liefde! Ja, ik heb mijn plaats in de kerk gevonden, en deze plaats, mijn God, hebt U mij gegeven: in het hart van de kerk, mijn moeder, zal ik de liefde zijn”.

Amen.

 

pastoor Nico van der Peet

-----------------------------------------------------------------

[1] Nehemia 8, 2-4a. 5-6. 8-10; 1 Korintiërs 12, 12-30; Lucas 1, 1-4; 4, 14-21