Preek

Verkondiging in De Nieuwe Augustinus, 29 november 2020.

                        Eerste zondag van de Advent.[1]

 

Wanneer zal Hij komen? “Weest op je hoede, weest waakzaam; want jij weet niet wanneer het ogenblik daar is”. Het huis van ons leven moet zo op orde zijn dat de Heer elk moment van de lange nacht van de tijd bij ons kan aankomen. Waakzaam leven. In dit bijzondere jaar is dat meer dan ooit van ons gevraagd. In veel spotjes op teevee wordt het ons voorgehouden: zorg goed voor elkaar. Dat is mooi en aangrijpend. Gelukkig doen zeer veel mensen dat ook.

 

Je weet niet wanneer het ogenblik daar is.

Het ogenblik.

In het evangelie staat een bijzonder woord dat je ook wel eens leest in een Nederlandse tekst: kairos. Dat is ook een woord voor tijd, maar dan een moment, een punt, een dag en een uur die je even beleeft alsof de tijd stil staat. Alsof opeens alles anders wordt. Een gebeurtenis waardoor ons leven, dat ogenschijnlijk hetzelfde blijft als voorheen, in een heel ander licht en perspectief staat. Zoals je wel eens hoort van mensen die zich bekeren, die tot geloof in God komen, tot navolging van Jezus.

Vandaag zijn er drie mensen in ons midden, een jongeman en twee volwassenen die gedoopt worden. Voor deze dopelingen is dit uur, zo hopen en bidden wij, een kairos. “Weest waakzaam; want je weet niet wanneer het ogenblik daar is”.

 

“Bij het verlaten van zijn huis heeft hij aan zijn dienaars het beheer overgedragen”. Bij zijn hemelvaart heeft Jezus ons het beheer overgedragen dat Hij eerst zelf in handen had. Opnieuw staat er een heel bijzonder woord: exousia. Beheer, gezag, in dienstbaarheid en met eerlijkheid uitgeoefende macht. Dat is niet gemakkelijk. Deze week hoorden wij weer in het nieuws hoe verleidelijk het is misbruik te maken van macht die jou is toevertrouwd. Hoe ambtenaren, die met goede wil en voornemen aan hun verantwoordelijke baan waren begonnen, uitgroeiden tot onbarmhartige rechters over het leven van weerloze mensen en gezinnen.

 

Wie dat beheer, die taak, die exousia in handen heeft, heeft het volledige vertrouwen gekregen van de Heer. In het evangelie van Marcus, dat wij in dit nieuwe liturgische jaar lezen, is dit een kernwoord. Het komt steeds weer terug. Tot nu toe was het alleen Jezus die dit beheer, dit gezag, deze taak bezat om over de mensen te waken, hen richting te wijzen, bij te staan, sterk te maken, te genezen, te laten opstaan uit het verleden, uit onvrijheid, verslaving en dood. Maar vanaf nu vertrouwt Hij het aan zijn dienaren toe, aan ons. Dat is een grote geve en een bijzondere opgave, waartoe Hij ons waardig heeft bevonden. Zijn nieuwe dienaren, onze drie dopelingen, Fauzia, Robert en Jemery worden dadelijk even ondervraagd en ook hun getuigen. Aan hen zal ik vragen: bent u van mening dat zij, hij waardig is? Een heftige vraag. Is een mens ooit waardig? Vlak voordat wij de Heer ontvangen in de heilige Communie, zeggen wij: “Heer, ik ben niet waardig dat U tot mij komt, maar spreekt slechts een woord en ik al gezond worden”.

De Heer bevindt jullie, dopelingen van vandaag, en ons waardig om het beheer te krijgen, het beheer over de mensen om ons heen. Dat vraagt grote inzet en geduld. Het evangelie vergelijkt die taak met mensen die een hele nacht waakzaam moeten zijn. Je weet nooit precies wanneer jouw inzet, jouw liefde, jouw gerechtigheid gevraagd wordt, laat in de avond, midden in de nacht of bij het hanengekraai.

 

Deze week was ik nog even op bezoek bij een ernstig zieke, voor wie het einde, de ontmoeting met de Heer naderde. Het was vroeg in de morgen. Zijn enig kind, zijn dochter had de hele nacht bij haar vader gewaakt. Zij had een paar uurtjes heel licht geslapen. Bij het minste geluid dat haar vader maakte was zij wakker geworden en zijn hand aangeraakt. 'Ik ben bij je. Je bent niet alleen’.

 

Die exousia, dat beheer, die aandacht voor het juiste moment (de kairos) waarop alles anders wordt, is ons toevertrouwd. Jesaja, in de eerste lezing, zegt: U, God, komt de mensen tegemoet die met vreugde gerechtigheid beoefenen…”

Vandaag begint de Advent. Het woord betekent - u weet het - aankomst. Wij gaan de komst van de Heer verwachten.

Wanneer zal Hij komen? “Weest op je hoede, weest waakzaam; want jij weet niet wanneer het ogenblik daar is”. Het huis van ons leven moet zo op orde zijn dat de Heer elk moment van de lange nacht van de tijd bij ons kan aankomen. Waakzaam leven. In dit bijzondere jaar is dat meer dan ooit van ons gevraagd. In veel spotjes op teevee wordt het ons voorgehouden: zorg goed voor elkaar. Dat is mooi en aangrijpend. Gelukkig doen zeer veel mensen dat ook.

 

Hij komt ons tegemoet, zegt de profeet, als wij gerechtigheid beoefenen en aan Hem denken bij al wat wij doen. Hij zal, zegt Paulus, in de tweede lezing, ons doen standhouden tot het eind.

 

Drie dopelingen zijn in ons midden. Op de eerste dag van het liturgisch jaar ontvangen zij het heilig doopsel. Jullie zijn al heel lang onderweg naar dit ogenblik, deze kairos. In de paastijd kon niet gedoopt worden. De Heer heeft jullie doen standhouden tot deze bijzondere zondag waarop jullie de komst van de Heer in jullie leven verwachten. Hij zal jullie doen standhouden tot het einde zodat jullie geen blaam treft op de dag van de Heer Jezus. God is jullie getrouw, die jullie, Fauzia, Robert en Jemery geroepen heeft tot gemeenschap met zijn Zoon onze Heer Jezus Christus. Amen.

 

pastoor Nico van der Peet

 

-----------------------------------------------------------

[1] Jesaja 63, 16b-17+19b+64, 3b-8; 1 Korintiërs 1, 3-9; Mc. 13, 33-37