Preek

Verkondiging in De Nieuwe Augustinus, zondag 6 juni 2021

                      Hoogfeest van het heilig Sacrament[1]

  

Het sacrament van de eucharistie heeft alles te maken met de toekomst, waarin deze oude wereld met zijn vele grote ego’s zal zijn overwonnen. De heilige Hostie (hostie betekent offergave) die wij ontvangen en de beker die wij in deze corona-tijd niet allen kunnen drinken, zijn tekenen van de toekomst, met het komende koninkrijk, waartoe wij worden uitgenodigd, waarvoor onze inspanning wordt gevraagd.

 Wij vieren Sacramentsdag. We kennen zeven sacramenten. De kunstenaar is bezig deze zeven af te beelden, op te roepen in de gebrandschilderde ramen in de Dagkapel.

Vandaag vieren wij het hoogfeest van het belangrijkste sacrament: de eucharistie. De kunstenaar, Isa Ondracek, laat in zijn raam, gewijd aan de eucharistie, geen tafel of altaar en ook niet de heilige Hostie zien, maar een lam, een bloedend lam. Zeker, de eucharistie gaat terug op de laatste maaltijd van Jezus met zijn leerlingen, maar het is ook een tegenwoordig stellen van het levensoffer van een mens, een man van in de dertig. Die tijdens de laatste maaltijd met zijn leerlingen brood nam, de zegen uitsprak, geheel volgende de aloude ritus van het joodse geloof, zijn godsdienst, - de zegen uitsprak, het brak, het zijn leerlingen gaf, met de woorden: Neemt, dit is mijn Lichaam”. En bij de beker: “Dit is mijn Bloed van het Verbond, dat vergoten wordt voor velen”.

Hij loopt vooruit op zijn dood, zijn executie, zijn vergoten Bloed, daags daarna.

 

Vanmiddag vieren wij het feest van de eerste heilige Communie. De dertien kinderen zullen feestelijk zijn aangekleed. Het zal een innige viering worden. De heilige Communie laat de kinderen verder kennismaken met die Man die zijn Lichaam, Zichzelf heeft gegeven. Zij maken kennis met die Ene mens die zijn lichaam geeft en zijn bloed, die Zichzelf opoffert, in een wereld waarin de kinderen vooral mensen zien die uitstralen dat het leven vooral om jouzelf draait, jouw ego, jouw eigen, individuele regie. Zij en wij allen leren in de eucharistie en in de heilige Communie: Jezus’ leven bereikte zijn hoogste doel toen Hij afscheid nam van zijn Zelf, zijn ego.

 

Maar Jezus, tijdens het laatste avondmaal, bleef niet stilstaan bij het verleden en bij het duistere heden van die laatste avond van zijn leven.

Hij was juist één en al toekomst. “Voorwaar, Ik zeg u: Ik zal niet meer drinken van wat de wijnstok voortbrengt tot op de dag waarop Ik het, nieuw, zal drinken in het koninkrijk van God”.

 

In de oude wereld van zijn lijden, de marteling, de dood aan het kruis, zal Jezus niet meer drinken. In hevige dorst, hangend, aan het kruis, bood iemand hem zure wijn aan. Alleen in het Johannesevangelie lezen we dat Jezus een beetje nam.[1] Maar in de andere drie evangelies lezen wij dat Hij niet meer dronk. Nee, Hij zag uit, Hij dorstte naar de nieuwe wijn van het koninkrijk van God.

 

Het sacrament van de eucharistie heeft dus alles te maken met de toekomst, waarin deze oude wereld met zijn vele grote ego’s zal zijn overwonnen. De heilige Hostie (hostie betekent offergave) die wij ontvangen en de beker die wij in deze corona-tijd niet allen kunnen drinken, zijn tekenen van de toekomst, met het komende koninkrijk, waartoe wij worden uitgenodigd, waarvoor onze inspanning wordt gevraagd.

 

De eucharistie is niet alleen iets om naar te kijken, vanuit de kerkbanken, vanuit de huiskamer, via televisie of livestream, hoe belangrijk die in deze pandemie-tijd ook zijn geweest.

De eucharistie is juist een heel fysiek gebeuren: een Mens die zijn Lichaam en zijn Bloed geeft. Door zijn Brood, zijn Lichaam te eten, worden wij zijn levende Lichaam in deze tijd, in deze buurt en stad. Sint Augustinus preekte in zijn tijd: ‘Word zelf wat daar op het altaar ligt, word wat je eet: zijn Lichaam.'

De viering is meer dan een esthetisch gebeuren, met goud en zilver, gewaden, kaarsen, wierook en mooie zang. Dat is ook van belang. Maar vooral: het Lichaam, de Hostie, de offergave, je bent het zélf, het zet je aan het werk, het is niet vrijblijvend.

 

Het is er niet alleen voor de volmaakten die zich precies aan de regels kunnen houden, hebben gehouden, het niet niet de prijs voor de volmaakten, maar voedsel en geneesmiddel voor de mensen die tekort schieten, er nog niet zijn.

 

Wij zijn er nog niet.

Op het hoogtepint van de viering zeggen wij: “Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt”

“Tot Gij wederkeert”.

“…tot Ik het nieuw zal drinken in het koninkrijk van God”.

 

Vorig jaar juni, op Sacramentsdag 2020, mocht voor het eerst na een lockdown van drie maanden, weer de heilige Communie worden uitgereikt. Vele hadden ernaar verlangd, anderen wachtten af, durfden nog niet, begrijpelijk. Op deze Sacramentsdag mogen er voor het eerst meer mensen in de kerk: 50 in plaats van 30.

 

Aan het begin van het Laatste Avondmaal heeft Jezus gezegd: “Vurig heb Ik verlangd dit paasmaal met u te eten.”[2]

Hij verlangt naar ons.

Naar onze dertien eerste communicanten;

naar u, die misschien al lange tijd niet meer de eucharistie fysiek heb meegevierd, naar ons allen.

En ook zei Hij: “Want Ik zeg jullie dat Ik het niet meer zal eten tot de vervulling ervan in het koninkrijk van God”.[3]

 

Met Jezus mogen we hoopvol de toekomst tegemoet gaan, weer samenkomen in de kerk, niet langer alleen online, maar om het levend Lichaam van Christus te vormen, waarbij geen ledemaat gemist kan worden. Amen.

 

Nico van der Peet

 

------------------------------------------------------

[1] Exodus 24, 3-8; Hebreeën 9, 11-15; Marcus 14, 12-16. 22-26

[2] Johannes 19, 28-30

[3] Lucas 22, 15

[4] Lucas 22, 16