Livestream

Welkom bij de livestream van De Nieuwe Augustinus.

I.v.m. de maatregelen omtrent de uitbraak van het coronavirus is deze tijdelijke livestream opgezet.

Via deze livestream kunt u op zondagochtend van 11.15 uur tot 11.45 uur de besloten viering in de Nieuwe Augustinus hieronder live volgen.

8 tips  om de Eucharistieviering via het scherm mee te vieren.

Volgt u de Eucharistieviering via de Livestream of kijkt u de Eucharistieviering terug? Dan vindt u hier 8 tips om de Eucharistieviering via het scherm mee te vieren.

Contact.

Pastoor Nico van der Peet is na afloop van de Eucharistieviering telefonisch bereikbaar tot 13.30 uur. Telefoonnummer: 020-632 07 26

 

 

Livestream niet goed zichtbaaar? Klik hier om de livestream rechtstreeks op YouTube te bekijken.



Viering  gemist? Bezoek ons YouTube-kanaal of bekijk de meest recente viering hieronder terug.


5e ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD

 

EERSTE LEZING Ez.37,12-14

lk zal mijn geest over u uitstorten en gij zult leven.

 

     Uit het boek Ezechiël

 

12 Zo spreekt God de Heer:

     „Ik ga uw graven openen ;

     in massa's zal Ik u uit uw graven wegvoeren

     en u brengen naar de grond van Israël.

13 „En wanneer Ik dan uw graven geopend heb

     en u in massa's zal hebben weggevoerd uit uw graven,

     zult gij weten dat Ik de Heer ben.

14 „Mijn geest zal Ik over u uitstorten en gij zult leven;

     Ik zal u vestigen op uw eigen grond

     en gij zult weten dat Ik de Heer ben;

     Wat Ik zeg, dat volbreng Ik!"

     Zo luidt de godsspraak van de Heer.


 

TUSSENZANG Ps., 130 (1290, 1-2, 3-4ab, 4c-6, 7-8

   De Heer is steeds barmhartig,

   zijn genade onbeperkt.

 

Uit de diepte roep ik, Heer,

luister naar mijn stem.

 

Wil aandachtig horen

naar mijn smeekgebed.

 

Als Gij zonden blijft gedenken,

Heer, wie houdt dan stand?

 

Maar bij U vind ik vergeving,

daarom zoekt mijn hart naar U.

 

Op de Heer stel ik mijn hoop,

op zijn woord vertrouw ik.

 

Gretig zie ik naar Hem uit,

meer dan wachters naar de ochtend.

 

Meer dan wachters naar de ochtend

hunkert Israël naar Hem.

 

Want de Heer is steeds barmhartig,

zijn genade onbeperkt.

 

Hij zal Israël verlossen

van zijn ongerechtigheid.


 

TWEEDE LEZING Rom., 8, 8-11

De Geest van Hem, die Jezus van de doden heeft opge­wekt, woont in u.

 

     Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

 

     Broeders en zusters,

8   Zij die zelfzuchtig leven,

     kunnen God niet behagen.

9   Maar uw bestaan wordt niet beheerst

     door de zelfgenoegzaamheid,

     maar door de Geest,

     omdat de Geest van God in u woont.

     Zou iemand de Geest van Christus niet hebben,

     dan behoort hij Hem niet toe.

10 Als Christus in u is,

     blijft wel uw lichaam door de zonde de dood gewijd,

     maar uw geest lééft,

11 En als de Geest

     van God die Jezus van de doden heeft opgewekt, in u woont,

     zal Hij die Christus Jezus van de doden heeft doen opstaan,

     ook uw sterfelijk lichaam eenmaal levend maken

     door de kracht van zijn Geest, die in u verblijft.

 

 

 

 

VERS VOOR HET EVANGELIE Joh., 11, 25a, en 26

Ik ben de verrijzenis en het leven, zegt de Heer;

wie in Mij gelooft zal leven in eeuwigheid.


 

EVANGELIE Joh., 11, 1-7. 17. 20-45

lk ben de verrijzenis en het leven.

 

     Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus

     volgens Johannes

 

1   in die tijd

     was er iemand ziek, een zekere Lazarus uit Betanië,

     het dorp van Maria en haar zuster Marta.

2   Maria was de vrouw die de Heer met geurige olie had gezalfd

     en zijn voeten met haar haren had afgedroogd.

     De zieke Lazarus was haar broer.

3   De zusters van Lazarus stuurden Jezus de boodschap:

     „Heer, hij die Gij liefhebt, is ziek."

4   Toen Jezus dit hoorde, zei Hij:

     „Deze ziekte voert niet tot de dood, maar is om Gods glorie,

     opdat de Zoon Gods er door verheerlijkt moge worden."

5   Jezus hield veel van Marta, haar zuster en Lazarus.

6   Toen Hij dan ook hoorde dat Lazarus ziek was,

     bleef Hij weliswaar nog twee dagen ter plaatse,

7   maar daarna zei Hij tot zijn leerlingen:

     „Laat ons weer naar Judea gaan."

 

17 Bij zijn aankomst bevond Jezus

     dat Lazarus al vier dagen in het graf lag.

20 Zodra Marta hoorde dat Jezus op komst was,

     ging zij Hem tegemoet;

     Maria echter bleef thuis.

21 Marta zei tot Jezus:

     „Heer, als Gij hier waart geweest,

     zou mijn broer niet gestorven zijn.

22 „Maar zelfs nu weet ik

     dat wat Gij ook aan God vraagt,

     God het U zal geven."

23 Jezus zei tot haar:

     „Uw broer zal verrijzen."

24 Marta antwoordde:

     „Ik weet dat hij zal verrijzen bij de verrijzenis op de laatste dag."

25 Jezus zei haar

     „Ik ben de verrijzenis en het leven.

     „Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven,

26 en ieder die leeft in geloof aan Mij,

     zal in eeuwigheid niet sterven.

     „Gelooft gij dit?"

27 Zij zei tot Hem:

     „Ja, Heer, ik geloof vast dat Gij de Messias zijt,

     de Zoon Gods, die in de wereld komt."

28 Na deze woorden ging zij haar zuster Maria roepen

     en zei zachtjes

     „De Meester is er en vraagt naar je."

29 Zodra Maria dit hoorde,

     stond zij vlug op en ging naar Hem toe.

30 Jezus was nog niet in het dorp aangekomen,

     maar bevond zich nog op de plaats waar Marta Hem ontmoet had.

31 Toen de Joden die met Maria in huis waren om haar te troosten,

     haar plotseling zagen opstaan en weggaan,

     volgden zij haar

     in de mening dat zij naar het graf ging om daar te wenen.

32 Toen Maria op de plaats kwam waar Jezus zich bevond,

     viel zij Hem te voet zodra zij Hem zag en zei:

     „Heer, als Gij hier waart geweest zou mijn broer niet gestorven zijn."

33 Toen Jezus haar zag wenen,

     en eveneens de Joden die met haar waren meegekomen,

     doorliep Hem een huivering en diep ontroerd

34 sprak Jezus:

     „Waar hebt gij hem neergelegd?"

     Zij zeiden Hem:

     „Kom en zie, Heer."

35 Jezus begon te wenen,

36 zodat de Joden zeiden:

     „Zie eens hoe Hij van hem hield."

37 Maar sommigen onder hen zeiden:

     „Kon Hij, die de ogen van een blinde opende,

     ook niet maken dat deze niet stierf?"

38 Bij het graf gekomen overviel Jezus opnieuw een huivering.

     Het was een rotsgraf en er lag een steen voor.

39 Jezus zei:

     „Neemt de steen weg."

     Marta, de zuster van de gestorvene, zei Hem:

     „Hij riekt al, want het is reeds de vierde dag.

40 Jezus gaf haar ten antwoord:

     „Zei Ik u niet, dat als gij gelooft ge Gods heerlijkheid zult zien?"

41 Toen namen ze de steen weg.

     Jezus sloeg de ogen ten hemel en sprak:

     „Vader, Ik dank U dat Gij Mij verhoord hebt.

42 „Ik wist wel, dat Gij Mij altijd verhoort,

     maar omwille van het volk rondom Mij

     heb Ik dit gezegd,

     opdat zij mogen geloven,

     dat Gij Mij gezonden hebt."

43 Na deze woorden riep Hij met luide stem

     „Lazarus, kom naar buiten !"

44 De gestorvene kwam naar buiten,

     voeten en handen met zwachtels gebonden

     en met een zweetdoek om zijn gezicht.

     Jezus beval hun:

     „Maakt hem los en Iaat hem gaan."

45 Vele Joden, die naar Maria waren gekomen

     en zagen wat Hij gedaan had,

     geloofden in Hem.